Verslag MOST-SVS-symposium “Minderheidstalen”

Op 3 mei vond in Leiden een symposium over de minderheidstalen van Eurazië plaats, georganiseerd door de studieverenigingen van Russische Studies en Chinees, d.w.z. ons eigen MOST en SVS. De zaal was vanaf het begin van de lezingenreeks af aan al goed gevuld, en gedurende alle verhalen kwam er geleidelijk meer publiek bij.

De eerste lezing werd gegeven door dr. Tjeerd de Graaf van de Fryske Akademy. Dokter de Graaf is gespecialiseerd in ethnolinguïstiek en fonetiek, maar daarnaast ook in het catalogiseren van kleinere volkeren en talen en taaltypologie. Deze twee disciplines verenigde hij prachtig in een lezing, die ons meevoerde van het boek van het werk van een zeventiende-eeuwse burgemeester van Amsterdam naar de archieven van het Poesjkin-huis te Sint-Petersburg en de verre eilanden van de Stille Oceaan. Dokter de Graaf illustreerde het vastleggen en beschermen van een vreemde taal aan de hand van de UNESCO-Atlas voor Bedreigde Talen (hier beschikbaar) en het Nivkh, een van de weinige Paleosiberische talen die nog gesproken wordt. Ten slotte werd een selectie leermaterialen van deze taal aangeboden, die gretig werden ingekeken.

Als tweede aan het woord was drs. Fresco Sam-Sin, docent Mantsjoe aan onze Universiteit Leiden en expert op de taalkunde en geschiedenis van dit volk. Drs. Sam-Sin exerceerde in rap tempo de gehele geschiedenis van de Mantsjoes door, en toonde daarmee hoe een volk dat voor ons wat minder bekend is een grote invloed kan hebben op de ontwikkeling van een continent en de wereld. Daarnaast sprak drs. Sam-Sin over de hedendaagse pogingen om het Mantsjoe weer tot leven te wekken, en over de soms wat creatieve wegen die worden ingeslagen, om de identiteit en taal van de voormalige keizers van China te doen herleven.

Na de lezing van drs. Sam-Sin verplaatsten we ons een niet-geringe afstand naar het zuiden en wel naar Tibet. Dr. Peter Verhagen, tevens werkzaam aan de Universiteit Leiden, liet ons kennismaken met het Tibetaans, een van de liturgische talen van het boeddhisme en verre verwant van het Chinees. Het publiek kreeg een uitstekende introductie over de geschiedenis van het Tibetaans en de huidige taalpolitieke situatie in Tibet, waar de gesproken taal, in tegenstelling tot enkele andere gevallen, sterker bedreigd wordt dan de geschreven taal. Als afsluiter kregen wij een energieke Tibetaanse rap te horen, die bedoeld is om de spelling van de taal te verduidelijken (hier te bewonderen).

Voor de volgende lezing verplaatsten wij ons naar het door ons allen geliefde Rusland, waar wij ook zouden blijven verblijven voor de komende twee lezingen. Dr. Natalia Aralova, nu werkzaam als postdoc in Lyon en expert op de Toengoesische talen, gaf ons een uitgebreide verhandeling over deze taalfamilie, waar onder andere het Mantsjoe deel van uitmaakt. De taalfamilie beslaat een gigantisch oppervlak in Siberië, en de meeste van haar talen zijn met uitsterven bedreigd. Dr. Aralova nam als voorbeeld het Negidal, een taal die in de Amoerregio nabij de grens met China gesproken wordt, en aan het behoud waarvan zij zelf grote bijdragen geleverd heeft.

De laatste spreker was ‘onze eigen’ dr. Eugenie Stapert, die ons vertelde over taalcontact op het Tajmyr-schiereiland in het noorden van Siberië. Hoewel deze barre plek op het eerste gezicht een van de minst waarschijnlijke gebieden ter wereld voor taalontwikkeling-en-contact lijkt, is juist het tegenovergestelde het geval: een subtiel en meerlagig systeem van taalcontact ontwikkelde zich langs de Chatanga handelsroute, en dit systeem bleef bloeien tot de komst van de Sovjet-Unie. Dr. Stapert legde ons dit ingewikkelde netwerk van talen en volkeren uitstekend uit aan de hand van de geschiedenis.

Na deze laatste lezing was er een gezellige borrel, waar gereflecteerd werd op een zeer geslaagde middag.

Jan Mostert

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.